Wanneer ideeën zich verspreiden, worden ze meestal ook vereenvoudigd. Na verloop van tijd worden het platgecommuniceerde boutades waarin elke nuance zoek is. Vandaag zijn het gefossiliseerde vuistregels die soms meer kwaad doen dan goed.
Wie de wereld van webschrijven verkent, komt er nogal wat tegen. Ze staan bekend als handige tips waar iedereen zo mee aan de slag kan. Even opslaan in de bovenkamer en hup, je bent een heuse web writer. Niks aan. Verdere vragen hoeven niet gesteld te worden want alle webschrijvers doen het zo. En dan zal het toch wel kloppen, niet?
Dat is jammer. Wie even verder kijkt, ontdekt dat de ‘spelregels’ lang niet zo zwart op wit staan als dat lijkt. Daarom belicht ik in dit artikel 2 versteende ideeën over webschrijven. Het doel: de nuance terug in het gesprek brengen.
Jij kent ongetwijfeld ook nog enkele van deze webfossielen. Deel ze in de comments!
Verder lezen, wat anders?
Tekstschrijvers zijn doorgaans rustige mensen. Ze tokkelen er in alle stilte op los, hun ogen aan een beeldscherm gekluisterd. Misschien nog een kop dampende koffie om het cliché af te ronden.
Hun doelen zijn duidelijk. Teksten moeten boeien, overtuigen en als het even kan, mogen ze ook foutloos geschreven zijn.
Laat je echter niet misleiden door deze uitwendige kalmte. Want in het hoofd van elke goede tekstschrijver zit een beestje. Een klein, knagend diertje met graaiende voelsprieten en zwarte kraaloogjes. Veel bijzonders doet het daar niet. Het zit er gewoon sceptisch en rotvervelend te wezen. En o ja, het stelt vragen.
“Nou? Moet iemand dit écht interessant vinden?”, zou het bijvoorbeeld kunnen zeggen. “Laat me niet lachen. Echt? Denk jij werkelijk dat iemand zijn frontale hersenkwab hieraan vuil zal maken? Aan dit tekstuele restafval? En dan? Moeten ze ook nog iets doen? Voor jou? Een schaambal. Dat ben jij. Ja, een suffe schaambal.”
Verder lezen, wat anders?